Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemaakt; de vergadering zelf heeft omtrent dit punt geen beslissing genomen. De staatscommissie van 20 December 1918 zal de vraag moeten in studie nemen; immers ziet zij zich als onderwerp mede aangewezen: ,,De mogelijkheid tot instelling van andere publiekrechtelijke organen dan reeds door de grondwet erkend". Zoodanige organen kunnen dan soepel, snel en zaakkundig de noodige regelingen treffen.

De argumenten tegen zulk een bevoegdheidsverleening, door Mr. Levy aangevoerd en hoven onder VII vermeld, schijnen ons niet steekhoudend.

Er zal inderdaad een verschillend recht voor verschillende burgers ontstaan; maar dat zal hetzelfde beduiden als gelijk recht voor allen, omdat gelijk recht voor ongelijken onrecht beduidt. Wij staan hier weder voor het nivelleerende en uniformeerenlde van het individualisme, dat de samengesteldheid en verscheidenheid in de sociale wereld voorbijziet. De constitutioneele waarborgen zouden langs dezen weg zeker beter tot bun recht komen dan thans, nu zij formeel volkomen gelden doch feitelijk al minder effect sorteeren. De belanghebbenden zullen niet zelf dan wetgever zijn, wanneer maar de bedoelde bevoegdheid niet aan de Kamers van Arbeid, maar aan den Eaad van Arbeid wordt verleend.

Waarover zal deze verordeningsbevoegdheid moeten gaan? Ongetwijfeld over maatregelen van veiligheid; over de arbeidsvoorwaarden in den breedsten zin; in sommige vakken ook over het minimumloon, in die vakken namelijk, waar intense organisatie vooralsnog onmogelijk is en derhalve de bemoeienis met het minimumloon het karakter draagt van arbeidsbescherming. In het algemeen zullen hier dezelfde onderwerpen ter sprake komen als ook in het collectief contract behandeld worden; waarom er dan ook zal moeten worden gewaakt tegen dubbele behandeling, tegen het nemen van deze stof uit de handen der maatschappelijke krachten die zelf reeds werken; waarbij menigmaal die staat met sanctioneeren van het verkregene zal moeten volstaan.

Voorts zullen deze organen mede kunnen arbeiden aan de uitvoering en toepassing van wetten; waardoor het aantal ambtenaren minder groot behoeft te zijn en de particuliere maatschappelijke krachten meerder worden te werk gesteld.

Zij zullen op het gebied van enquĂȘte en advies menig nuttig werk kunnen doen, mits zij meerdere bevoegdheden bezitten dan de tegenwoordige Kamers van Arbeid en op andere wijze kunnen werken. Zij zullen advies kunnen geven aan de Begeering, voordat een wetsontwerp wordt ingediend; maar evenzeer advies aan partijen, eer een collectief contract gesloten wordt. Dit laatste niet alleen, omdat in het algemeen1 zulk een advies wenschelijk is, maar bovendien omdat niet onwaarschijnlijk straks de nieuwe organen tevens omtrent deze contracten rechtspraak zullen moeten geven. Dit laatste zal in elk geval moeten worden geregeld met inachtneming van datgene, wat gelijk wij door Mr. Veraart vermeld zagen, reeds thans door partijen zelf verkregen worden kan.

Van groot belang is de mogelijkheid van arbitrage, omdat zij beduidt regeling van bet recht in plaats van beslissing door de macht. Wie dit

Sluiten