Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III.

Alle krachten moeten dan ingespannen, opdat niet de verderfelijke leer van den klassenstrijd patroons ea arbeiders, die meer gemeenschappelijke, dan tegenstrijdige belangen hebben, tegen elkaar opzette.

IV.

In de collectieve arbeidsovereenkomst vinden de levende factoren uit het productieproces het instituut waarbij eikaars belangen wederzijds kunnen worden bevorderd, allereerst uitkomend bij de vaststelling der arbeidsvoorwaarden.

V.

Bij verdere voortschrijding kan het verplicht lidmaatschap, met eerbiediging van de eischen van individueele verantwoordelijkheid tegenover God eni geweten, de mogelijkheid scheppen van een toestand, waarbij de arbeiders zich steeds nauwer verbonden gevoelen aan het bedrijf en daardoor meer voordeelen veroveren.

VI.

Hierbij moet nauwkeurig gewaakt worden, desnoods door ingrijpen van de Overheid, voor schending der rechten van het individu of voor uitbuiting van den consument.

VII.

Om deze bedrijfsorganisatie, opgekomen uit het leven zelf, tot volle ontplooiing te brengen, heeft de Overheid tot taak de mogelijkheid te scheppen voor bindendverklaring van het collectief contract.

vin.

Op deze wqze kan het bedrijf een machtigen steun bieden aan de Overheid bq het treffen van sociale maatregelen. De grondslag van vele sociale wetten ian liggen in wat door de collectieve overeenkomst reeds kracht van wet kreeg in het bedrijf. De wetgever kan daarbij dan nog de hulp inroepen van nieuwe organen, welke het nadeel van de thans ten top gevoerde centralisatie kunnen ondervangen.

IX.

Eene dusdanige Organisatie van de Maatschappij is in staat de oplossing van een deel van het sociale vraagstuk aan te wijzen; zij schept de gewenechte' orde tusschen Maatschappij en Staat; brengt wel geen volmaakte toestanden, als hier beneden niet te wachfen zijn, maar doet toch streven naar een ideaal, volkomen in overeenstemming met het Christelijk beginsel van recht en liefde.

Sluiten