Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd de vrouw niet toegelaten tot het apostelambt, maar overigens werd de baan ontsloten voor allen arbeid, speciaal in bet Koninkrijk Gods, waarin de vrouw, als vrouw, groot en vruchtbaar kan zijn. Buitengewone tijden verwekken trouwens buitengewone krachten, doen de Debora's profeteeren, en dè Mirjani's zingen. Zij' roepen Fébé tot dienares (letterlijk staat er: diakones) der gemeente, Tryfena en Tryfosa om te arbeiden in den Heere, Priscilla om leerares van Apollos te worden. Er is grond voor de opvatting, dat in den apostolisohen tijd de vrouw bij alle ambten, ook bij het apostel- en predikambt hulpdiensten heeft bewezen, dat zij als evangeliste de wereld is ingegaan en wij mogen uit 1 Tim. 3 afleiden, dat zij het diakenambt in den eigenlijken zin des woords heeft gedragen, althans onze Kantteekenaren gaan ons in deze exegese voor.

De vraag is alleen in hoeverre wij uit de toen heerschende kerkelijke zeden voor onzen tijd conclusies mogen trekken, m.a.w. hoe wij de Schriftuurteksten, die ia de apostolische brieven.op de plaats en roepingi der vrouw betrekking hebben, moeten verklaren?

Hier doet zich een merkwaardig verschijnsel voor, namelijk, dat niet theologen van verschillende richting, maar mannen van zoo eenstemmige belijdenis als b.v. de gereformeerden, vierhoekig tegenover elkander staan, een bewijs voor de waarheid, die ik in het begin poneerde, dat sommige vraagstukken niet door enkele exegese, maar door, of althans met behulp van de geschiedenis moeten worden opgelost. Ook het vrouwenvraagstuk behoort 'hiertoe. God leert ons de vrouw anders zien, meer in de, ik zeg niet eigen aard, maar in de vole grootheid van haar persoonlijkheid, en bij dit licht, dat zij in haar werk en leven afschijnt, moeten wij het licht der openbaring zien.

Verwacht niet van mij, dat ik mij hier in de Schriftexegese op de betwiste punten zelf verdiepen zal. Wel wil ik verklaren, dat ik volhartig sta aan de zijde van gezagrijke theologen als Kuyper, Bavinck, Lindeboom, die voor de vrouw opeischen althans stemrecht in de gemeente bij de keuze van de ambtsdragers, omdat de vrouw evenveel belang heeft bij deze keuze als de man, en niet minder tot oordeelen bevoegd is als de man.

Een positieve rechtstreeksdhe uitspraak geeft de Schrift in deze kwestie niet, maar dit geldt evenzeer het vraagstuk van den sabbat en van den kinderdoop. Het zegt reeds veel, dat de Schrift het niet verbiedt. Op een debatvergadering van de Geref. Predikantenvereeniging, ten vorigen jare in Utrecht gehouden, zei Prof. Lindeboom terecht tot de tegenstanders van het vrouwenistemrecht, nadat deze hadden moeten toegeven, dat de Schrift het niet verbiedt: „Als de Schrift het niet verbiedt, hebt gij dan het recht het te verbieden?"

De kwestie van het actieve kiesrecht van de vrouw in de kerk vind ik niet buitengewoon moeilijk, zij is ook niet belangrijk, de gedaante der kerkelijke wereld, evenanin 'als van de politieke wereld, zal er veel door veranderd worden, als de vrouw meedoet aan het plebisciet, maar veel verder reikt de beteekenis van het passieve kiesrecht der vrouw en het probleem hier is veel ingewikkelder. Dat de vrouw niet tot het prediken ouderlingenambt is toegelaten door de apostelen, mogen wij wel als vaststaande aannemen, maar omtrent het Diakenambt hebben de reformatoren ten 'deele geoordeeld, dat het wel aan de vrouw toekomt. Het

Sluiten