Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verder van de voornaamste literarische kringen in Vlaamsch België.

Op Zaterdag 24 Januari werden de stoffelijke overblijfsels des braven, verdienstelijken mans, van wien de Nederlandsche letterkunde nog zooveel voortreffelijks mocht verwachten, te midden van eenen ongewonen toeloop van vereerders zijns uitstekenden talents en van vrienden, uit alle gewesten des lands te zamen gekomen, plechtig ter aarde besteld. Niet min dan dertien lijkredenen, waarin men aan de uitmuntende hoedanigheden van zijnen geest en zijn hart recht liet wedervaren, werden op den boord des grafs uitgesproken. Voerden achtereenvolgens het woord: Mr. De Jode in den naam der balie van Mechelen, de schrijver dezer regelen als bestuurslid der Maatschappij „de taal is gansch het volk" te Gent, de Heer L. Vermeulen in den naam der Liberale Grondwettelijke Vereeniging der stad Lier, de Heer Sleeckx in den naam der besturende Commissie van de Volksbibliotheek, de Heer Pêcher in den naam der Liberale Grondwettelijke Vereeniging van Antwerpen, Mr. J. Vuylsteke, algemeen secretaris van het Willems-fonds, de Heer Aug. Michiels, voorzitter der Antwerpsche Afdeeling, en de Heer Delpire in den naam der Liersche Afdeeling van het Willems-fonds, de Heer Beaufort, bestuurslid van het Taalminnend Studenten-genootschap ,,'t Zal wel gaan" te Gent, en de Heeren Mr. Graaf Philips van Marnix, L. Van der Wee, I. de Cae en Rosolani, als bijzondere vrienden van den duurbaren ontslapene.

Dr. J. F. J. Heremans.

Sluiten