Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lenden blik straalt mij een hemel van liefde tegen. Ik wil haar naderen, haar de hand drukken: zij ontrukt zich aan mijne armen, en vliet zonder iets te beloven.

Doch 's anderendaags, 's morgens, brengt mij de meid een blauw pakje. Het boekje ligt er in en op'de eerste bladzijde staat van hare hand, van hare lieve hand: Bertha aan Ernest." •

Een uur later zit ik met roodbekreten oogen op de diligentie. 6 F uc

Onz' Mie kijkt door een spleetje van de deur. Man heeft met mogen buiten komen. Tante staat voor het hek en

ïare" °e k°etSier zw^pten slaat, roept

en fluit, het zware rijtuig geraakt in beweging.... het Pan nenhuis verdwijnt achter de boomen.... „og een «ogenblik zie ik den vergulden Kozak met zijne lans. Alles .8 weg! Ik ook heb, gelijk de zwaluwen, mijn nestje, «2 zoet nestje verlaten om voor de eerste maal de breede wereld in te stappen!

bfl^^S Vl°de? ?itter- Maar ligt haar boekie "iet bij mij? Is haar aandenken niet daar om mij te sterken?

lk draag in mijn hart eenen schat van liefde mede- haar bevalhg gelaat lacht mij in de toekomst tegen, en geeft S troost en kracht. 8 J

Hoe traag en treurig kruipen de dagen tusschen de vier muren eener kostschool! Wat zijn ze lang en vervelend de maanden en weken, die de eene vacanle van de andere

Drie dagen zijn nog maar voorbij en alles schijnt mij reeds zoo verre verwijderd. Tante, Bertha, het Pannen! nuis . Het is alsof eeuwen verliepen, sedert ik hun vaarwel zegde.... En nog geen brief!... Zouden zij 2 reeds vergeten hebben?"... Zou Man mij nog kennen? '

Sluiten