Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Word advocaat, vriend Ernest, word advocaat", riep hij" uit, „ik zal voor u zorgen. Voor uwe eërste zaak bekomt gij een proces, dat onverliesbaar is, en waar gij uwen naam mee zult maken."

Terwijl de ontvanger nog sprak, was reeds het speeltafeltje bij het venster getrokken, en lagen de plans van Bruneel opengespreid.

Het proces over de elf aren werd mij plechtig opgedragen. Mijnheer Van Bottel wist mij de zaak zoo schoon uit te leggen, hare voordeden zoo goed voor te dragen, en de toekomst als zoo zeker af te schilderen, dat, ik weet niet welke geestdrift voor de advocaterij mij aangreep. Den geheelen nacht droomde ik van mijne aanstaande grootheid.

Ik zag mij al voor de rechtbank staan met de ronde advocatenmuts op en den zwarten rok aan.

Aandacht en overtuiging stonden op het gelaat mijner rechters, neerslachtigheid en ontmoediging op dat mijner tegenpartij te lezen.

Ik bewees de valschheid van 't kadaster van 't jaar 1811, toonde, hoe men toen reeds het onrecht voorbereidde, later met zooveel snoodheid voltrokken.

Ik schandvlekte de inpalmers, riep de strengheid der wet op hun hoofd neder, en met magistralen toon mijn laatste stuk ontrollend, verpletterde ik onze vijanden met het plan van Bruneel. Mijne zege was volmaakt. Mijnheer Van Bottel drukte mij in de armen, Tante wachtte mij aan den uitgang der rechtbank en weende van geluk. De lieve Bertha deelde fier in de eerste zegepraal, door den vriend harer kindsheid behaald.

Het was maar een droom; doch in den staat van onzekerheid, waarin ik mij bevond, zag ik er eenen wenk van het lot in.

Sluiten