Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met zooveel eerbied en bezorgheid van de „menheeren studenten", dat het in toto een genoeglijk verblijf voor een jongen academieburger mocht heeten.

Nog geen uur was ik ontscheept en ik stond reeds, als een oprecht ordelijk kind aan de huismoederlijke lessen van Tante getrouw, bezig met mijne plunje fatsoenlijk te schikken in de schuiven der ladenkas: rechts de hemden, in 't midden de boordjes en dassen, aan de andere zijde de zakdoeken en de kousen.... van de beste Diestersche saai . toen een geweldige slag de kamerdeur bijna ten gronde wierp.

„Ernest 1" riepen drie stemmen, „Ernest Staas, duurbare vriend, onvergetelijke schat, in onze armen!" en zes armen vlogen Ernest om den hals, en dansten met den verwonderden en overbluften nieuweling de kamer rond.

Het zijn drie studiosi, die ik op de Latijnsche school gekend heb, als voorbeelden van ootmoedigheid en eenvoud doch die, reeds door het Universiteitsleven veranderd en hervormd, verbeterd en geschaafd, met luidruchtige kreten en zware rottingen mijn vertrek binnen stuiven. Ik heb moeite hen te herkennen. Vroeger, in de oude tijden, was het eene vaste wet dat er één jaar, 6 maanden, 6 weken, 6 dagen, 6 uren 6 minuten en 6 seconden moesten verloopen, om uit eenen nuchteren en schuchteren collegiaster eenen lustigen broeder studio te doen ontkiemen.

De mostaardjongen der XlXe eeuw werpt spoediger het novicekleed af: - eenige weken zijn voldoende om hem in ; eenen volmaakten student te herscheppen.

De makkers, die ik vóór de vacantie verlaten had als oprechte melkkalfjes, bloo en lomp, stijf en loom in hunne te lange jassen en te korte broeken, met knoplooze gilets en ongebonden schoenen, met de nederige klak op het glad-

Sluiten