Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Te Diegem, op haar dorp, heeft men jaren achteruit gezocht, alle soort van Kempeneers ontdekt, eenen Judo, eenen Franciscus, ja zelfs eenen Nicodemus Kempeneers, maar Mietje Kempeneers niet ééne. Het arme kind is ontroostbaar, en begrijpt maar niet, hoe zij ooit zal bewijzen,, wat iedereen weet en ziet.

De Voorzitter geeft haar eenen jeugdigen stagiaire tot leidsman, die de leemte in den burgerlijken stand zal doen herstellen, en voor God en de wereld zal bewijzen, dat er een Mietje Kempeneers bestaat, waardig om onder de inboorlingen van Diegem te tellen, en die het onbetwistbaar recht bezit om in den echt te treden, en het tijdelijk en eeuwig geluk te verzekeren van Joannes Baptista Siebert, barbier," slachter en holblokmaker.

Op haar volgt Mademoiselle Angèle. Die vraagt naar geen trouwen: zij wil enkel hare kleederen terug.

Naar Brussel overgevlogen om met een aardig gezichtje en onbeschaamd wipneusje fortuin te zoeken, heeft die Fransche schoone haren intrek genomen bij den heer Schoonjans, schoen- en laarzenmaker. De eerste week was die man zeer beleefd, de tweede werd hij stuursch en barsch, de derde onbeschoft en brutaal, oh des manières.. pouah! de vierde, daar geene betaling volgde, had hij de meubeltjes aangeslagen, de kleederen onder pand gesteld, en den embargo gelegd op al de reukfleschjes, blanketdoosjes en poederzakjes, zoodat het schoone Eva's-kind zich letterlijk zonder middelen van bestaan bevindt.

Zij vraagt excuus zich en négligé op de vergadering te vertoonen ; maar die slecht opgebrachte schoenmaker

De Voorzitter doet bemerken, dat het pro Deo aan geene vreemdelingen kan verleend worden; maar er zal wel iemand onder de jonge advocaten zijn om zich de zaak

Sluiten