Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja, Mijnheer Ernest, ik geloof het vast. Het ral er om te doen zijn. Mijnheer en Mevrouw slapen al drie dagen op 't hoogste."

„Zeker voor de frissche lucht", schertste ik weder.

„Neen, neen", hervatte Joseph ongeduldig, „als de familie hare slaapkamers verlaat, is het om ze in salons te laten veranderen, en dan is er altijd een dansfeest op handen."

„En 't zal zeker weder prachtig zijn", lachte ik.

„Het zal alles overtreffen", riep Joseph in geestdrift. „De werklieden zijn al drie weken bezig. De huisknecht zeide mij, dat er wel honderd luchters zullen hangen en de zalen verlicht zijn d...."

„A giorno", hielp ik.

„Ja. a giorno, en ik krijg eenen nieuwen tenue."

„Dan zal 't zeker heerlijk zijn", besloot ik, mij nog altijd ongeloovig toonend. Doch eenige dagen later ontving ik een rozekleurig briefje, waarbij „Mijnheer en Mevrouw Adams jeune de eer hadden Mijnheer Ernest Staas uit te noodigen op de soirée dansante, welke zou plaats hebben in hun hótel op Donderdag...."

Vereeniging te acht uren. R. S. L. P.

Ik antwoordde, insgelijks in den derden persoon, over mijn eigen sprekend als van den onbekendsten persoon der wereld, „dat Ernest Staas zich geëerd gevoelde de vriendelijke uitnoodiging van Mijnheer en Mevrouw Adams te mogen aanvaarden."

De zoo lang gewachte gelegenheid, die, naar ik meende, over mijn levenslot moest beslissen, daagde dus eindelijk op. Honderd malen herlas ik het briefje, droeg het overal mede, en gedurende al de dagen had ik maar ééne gedachte meer „het bal van Mijnheer Adams".

Ik schreef om eene buitengewone toelage aan Tante voor

Sluiten