Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hadde zij mij gevraagd, waarom de zon stilstaat en de aarde draait, ik zou de nieuwsgierige schoone eenige voldoening hebben kunnen geven, maar „wat doen de jonge advocaten!"

„Wat de andere doen", antwoord ik blozend, „weet ik niet; maar ik schrijf mijne gedenkschriften."

„Die ben ik benieuwd te lezen", herneemt zij, terwijl een slimme glimlach mij de blankste en doorschijnendste tanden der wereld laat zien.

„Indien ge er belang in stelt, kan ik er eenige plaatsen uit verhalen", lach ik van mijne zijde.

„Zeer gaarn, Mijnheer de schrijver", hervat Clara diep nijgend, alsof zij aan den arm van eenen wereldberoemden letterkundige hangt.

Ik weet niet, hoe ik het waag, maar ik verhaal haar, hoe de jonge advocaat eens eene prachtige jonkvrouw ontmoette, hoe zijn hart, zijn leven haar van den eersten oogopslag toebehoorden, en er voortaan zonder hare liefde voor hem geen heil meer kon bestaan. Hoe die tooverachtige verschijning verdween, en hoe sedert de jongeling lijdt en kwijnt, en de bloempjes, die hij haar bestemde, verwelken en verdrogen zonder hoop.

„En waarom heeft hij die arme ruikertjes niet gezonden?" vraagt zij belangstellend.

„Hij vreest, dat men ze verstooten zou", antwoord ik aangemoedigd.

„Ho! een meisje kan geene bloempjes verstooten", herneemt zij.

Daar laat het orkest zijne tonen hooren; ik sla mijnen arm om hare slanke leest, en de dwarrelende wals ontvoert ons in aetherische sferen verre van gedenkschriften en verjhalen, van ruikers en jonge advocaten.

Sluiten