Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verhaalde hij mij, dat hij voor de vierde maal over den boulevard wandelde: een rijtuig hield stil voor de woning, eene vrouwelijke gedaante wipte in huis; doch een briefje ontglipte hare hand. — Toesnellen, zich op het kaartje werpen, het aan zijne lippen drukken, was de zaak van eenen oogwenk— en dat kaartje droeg haren naam!

Ja, zooverre had de jongen zich verstout!

Hij kon er geheele avonden over praten, halve nachten over droomen; doch het ging nooit verder. De oudste dochter van den beambte trouwde, verliet het land, en wat is er van haar visietkaartje geworden?

Ik alleen heb ooit geweten, welken naam het droeg; doch eilaas, al schreef ik hem hier neder, niemand is meer daar om hem te herhalen. Al las de dame zelf dit boek, zij zou niet eens weten, dat zij die teergeliefde Lina was.

Mochten wij ons echter bedriegen, mocht op vreemden bodem, waar het lot haar heeft verplaatst, zijn beeld nog eens oprijzen voor haren geest, o teerbeminde Lina, vergun dan vrij eene vluchtige gedachte, eenen traan aan wie u zoo innig liefhad; want laatst op eenen lachenden lentemorgen stonden wij weenend bij een open graf.

De dood had den eersten, den besten der vrienden, den goeden, braven August uit ons midden weggerukt.

Sluiten