Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nederlegden. De arme vrouw vloog toe, stiet de mannen weg en herkende haar oudste zoontje, haren Edward, die in onmacht lag, aan het been zwaar gekwetst.

De arme jongen, die, gelijk alle avonden, de gazet was gaan dragen aan een ouden heer, werd op den hoek der straat door een rijtuig verrast, omvergeworpen en bloedig gewond.

De koetsier had bij het ongeval eenen goeden zweepslag aan de paarden gegeven, die in vollen galop voortsnelden, zonderdat men eigenaar noch voerman kon erkennen. | Rijke liên hebben niet gaarn geloop van arm volk!

Niemand zag naar het jongetje om, dat, bedwelmd, door twee arbeiders werd opgeraapt en naar zijne woning gedragen.

Die onverwachte slag was te zwaar, voor de moeder. Geheele dagen en naéhten bracht zij bij het ziekbed van haar kindje door. Zij moest haar werk staken, zorgen en geneesmiddelen betalen, zoodat zij, die nooit aan iemand iets schuldig bleef, er ten laatste niet meer door kon.

Voor de eerste maal, als de ontvanger met de beurs rondging, lagen de zes stuivers niet gereed en tastte hij vruchteloos in het kommeken.

De ongelukkige vrouw dorst niet opzien; zij voelde het rood der schaamte hare wangen kleuren; nog nooit was het haar voorgevallen! Dan, zij bezag haar lijdende kind en schepte moed. Zij legde alles uit, bad met tranen in de oogen om uitstel en vond in haar moederhart tonen machtig genoeg om eene rots te vermurwen en eenen huisjesmelker te bewegen.

Hij beloofde zijne meesteresse ten voordeele der weduwe te spreken, en twijfelde niet, of zij zou toestemmen. Geen uur later en Mie Goebloed stond in persoon aan huis.

Sluiten