Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij zette zich neder, deed het geheele voorval opnieuw verhalen, liet de arme weduwe uitweenen, en besloot eindelijk met eene stem, waaraan zij eene medelijdende uitdrukking trachtte te geven:

„Uwe ramp is groot, vrouwken: maar het is gelukkig, dat gij met goede menschen te doen hebt.

„Ge weet, dat ik altijd vol toegevendheid ben voor de arme lieden, die hun best doen, en dat nooit een oppassende huurder van mij te klagen had."

De arme vrouw knikte toestemmend, alhoewel zij van de goedheid van Mie Goebloed nooit blijken te zien kreeg.

„Gij hebt mij altijd correct betaald; ik wil mij op u betrouwen en zonder moeite een uitstel geven."

„Heb dank, Juffrouw", riep de weduwe uit, „God zal het u loonen, dagelijks zullen wij beiden voor u bidden ! "

„Maar", ging de eigenaresse voort, zonder op die woorden acht te slaan, „maar gij zult mij daarna alle weken eerlijk inkorten."

„Zeker", hernam de huurster.

„Met de wettelijke interesten?"

„Al wat gij vraagt, Juffrouw. Ik zal doen, wat gij wenscht, als gij nu maar een weinig medelijden, een weinig geduld wilt hebben!"

„Dat is verstaan; doch als ik uitstel geef, zult gij begrijpen, dat ik eenige zekerheid neem om later betaald te worden."

„Ach!" kreet angstig de weduwe, „dag en nacht zal ik voor u werken. Wat ik heb is te uwer beschikking, en met geluk zal ik u alles afstaan; want gij geeft mij meer dan het leven; gij redt mijn ongelukkig kind!"

„Dat zijn brave voornemens, vrouwken", hernam Mie

12

Sluiten