Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trokken, - logementhouders, die de reizigers niet hadden opgeschreven, - herbergiers, die hunne nachtelijke bezoekers niet aan de deur hadden gezet, - jongelieden eindelijk, die hunne schoone stemmen bij het dichterlijke maanlicht hadden laten hooren, en geheel verwonderd stonden te vernemen, dat nachtgedruisch onder art. 479 valt en zij er tusschen zaten overeenkomstig de wet. De gelegenheid werd ook te baat genomen om drie, vier arme drommels naar het bedelaarshuis te zenden, omdat zij de hand hadden uitgestoken, in plaats van van honger te sterven, dit ook overeenkomstig de wet

Niemand werd vrijgesproken. - Onheilspellend voorteeken ! Ik voelde mijn pleidooi verdwijnen woord voor woord

Het geduchte oogenblik naderde.

Een mager heerschap, met langwerpig gezicht, grooten ,neus en scherpe kin, die soms „silence" riep, en altijd door in twee geplooid bij de stoof zat, sprong in eens recht en kreet uit al zijne kracht: „Het openbaar ministerie tegen Plus en Stuyck. De getuigen moeten uitgaan. Silence!" viel weder in twee, en verdween achter de gegoten kachel

De heer Vrederechter verzocht ons plaats te nemen aan de groene tafel, terwijl Plus en Stuyck zich nederlieten op het „ezelsbanksken", gelijk het volk in zijne schilderachtige taal de zitplaats der betichten noemt.

Nadat men vastgesteld had, dat nummer een wel en degehjk Celestina Plus was, en nummer twee aan den naam van Corneha Stuyck beantwoordde, zegde de rechter • Huissier, de getuigen." De springveer van bij de kachel sprong

los en nep: ,,/oanna Possemiers Silence!"

Joanna Possemiers werd opgevolgd door vijf, zes andere getuigen, die volgens gewoonte de zaak wat meer verdonkerden.

Sluiten