Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vliegende visch. Te zeggen dat de vliegende visch kan vliegen zou niet juist zijn. De lange vinnen, welke het dier aan beide zijden op den rug heeft, stellen het in staat om eenige oogenbükken uit het water op te springen. De vliegende visch kan echter zijn vinnen niet bewegen zooals 'n vogel zijn vleugels, en kan zich op zijn tocht door de lucht ook niet omwenden, zoodat

hij tegen voorwerpen, weiice zich toevallig op zijn weg bevinden, bv. 'n schip, aanbotst.

Vlinder. Evenals er duizenden soorten vliegen zijn, geldt dit ook voor de vlinders. Men schat het aantal soorten op de geheele aarde op wel 'n 20.000. Vooral in de warme landstreken komen ze in onnoemelijk aantal en verscheidenheid voor. Er zijn groote en kleine, eenvoudig gekleurde en andere, die met de Schitterendste kleuren geteekend zijn. Er zijn dag- en nachtvlinders ; de laatste vertoonen zich alleen na zonsondergang.

Vos. Dit dier, met zijn spitsen snuit en zijn langen, behaarden staart, is zeker voor niemand een onbekende. Bij zijn jacht op kleinere dieren als hoenders en andere vogels legt hij buitengewoon veel sluwheid aan den dag, welke zelfs spreekwoordelijk is geworden. In ons land komt hij in de oostelijke provincies vrij veel voor en hij kan daar nog al wat schade aanrichten onder 't gevogelte; hij maakt zich echter ook nuttig door het verslinden van muizen.

Vliegende visch.

Vlinder.

Vos.

Sluiten