Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Walrus.

Wal visch.

Waterjuffer.

Walrus. Een bewoner van de Noordelijke ijszeeën. Hij is familie van den zeehond, maar veel grooter. De walrus wordt wel vijf a zes meter lang en 1500 K.G. zwaar. De hoektanden van de bovenkaak steken ver naar beneden en worden wel 60 a 80 cM. lang. Er wordt we} jacht op de dieren gemaakt, voornamelijk öm deze tanden, die een goed ivoor opleveren, maar de jacht is zeer gevaarlijk.

Walvisch. Hoewel in vorm op een visch gelijkend, is de walvisch echter een zoogdier. Hij ademt door longen en kan 'niet onafgebroken onder water verblijven, maar moet nu en dan boven komen om adem te halen. De Walvisch, die zoowel in de warme als in de koude zeeën leeft, voedt zich meest met kleine visschen. Tanden heeft 't dier niet. Wel bevinden zich aan de bovenkaak vele honderden lange hoornplaten, welke „baarden" genoemd worden; men maakt er baleinen van. Deze baarden houden als een zeef de kleine dieren gevangen, waarmee de walvisch zich voedt.

Waterjuffer. Er zijn verscheidene namen voor deze diertjes, als: waterjuffers, waternimfen, glazenmakers, libellen, enz. Ze hebben groote, goed ontwikkelde vleugels en kunnen dan ook snel en lang achtereen vliegen. Het zijn roofdieren; ze leven yan kleinere insecten, welke zij in de vlucht vangen. Een eigenaardigheid van deze dieren is, dat ze vooruit en achteruit kunnen vliegen.

Sluiten