Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ida proestte en Mathilde haalde de schouders op.

't Zou wel niets te beduiden hebben; Ida was zoo'n leeghoofd, zij deed niets liever dan de verwachting van haar familie hoog spannen, om later aan te komen met een of anderen nonsens. Voor den gek houden was haar lust en leven.

„De aanvallige Trude," gelijk zij door Ida genoemd werd, had klaarblijkelijk het boek over staathuishoudkunde, haar geleend door een jong ambtenaar, niet zóó belangwekkend gevonden, dat zij eerst aan tafel verscheen halverwege den maaltijd, volgens haar gewoonte. Zij was aanwezig toen Geesje, de uit haar krachten gegroeide jeugdige dienstmeid, het eten opbracht.

„Geef eens even een stukje rood krijt, Gees," beval Ida.

„Rood krijt, juffouw Ida, waar haal ik dat nou in ééne vandaan?" Geesje gaapte met oogen en mond.

,,'t Is goed Geesje, ga maar," beval mevrouw.

Geesje, zeer bang voor mevrouw, verdween gehoorzaam.

„Ik moet toch een streep aan de zoldering zetten, omdat m'n aanvallige zuster present is !" beweerde Ida.

„Wees nou maar blij met je eigen aanvalligheid," grijnsde Trude, die de grootste minachting koesterde voor Ida's lintjes en ruches, haar „kwikken en strikken." Inderdaad Ida Polenius was de eenige van de drie meisjes, die zich een weinig om toilet bekommerde, en daarin haar moeder eenigszins nabij kwam. Haar zwarte japonnetje was van sierlijker snit en sloot beter aan, dan dat van Jenny. Een geborduurd linnen kraagje en wit kanten strik verhelderden haar rouw. Ida Polenius was een meisje dat op straat werd opgemerkt, tegen wien menig man iets zeide in het voorbijgaan, zelfs al liep zij, zonder aanleiding te geven, haastig door; hetgeen haar innerlijk zeer vermaakte. Zij was van een zeer frissche, hoewel lang niet gedistingeerde schoonheid, had bolle donkerrose wangen, groote bruine gretig schitterende en toch zoo leege oogen, een wat grof wipneusje, en een mond als een granaatbloem, zoo rood en vol van lippen. Zij blaakte van levenslust en gezondheid, brutale levenslust en brutale gezondheid, welke het fijn besnaard zenuwgestel harer moeder en zuster Jenny dikwijls hard en onaangenaam aandeden.

Sluiten