Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

desnoods trappen gaan schuren voor den kost maar nu

zij de kinderen had, en zulke als de hare Had zij niet

liever geduldig moeten voortlijden en dragen?" En één voor één zag zij hen thuiskomen, Ida, Trude, Jules, vol jeugdig gezag tegenover de dienstbode, die zij misschien al heel gauw niet meer zouden kunnen bevelen.

De auto ving mevrouw Frederik Polenius en dochter behoorlijk op, en de chauffeur mocht van zijn meesteres een nijdig standje in ontvangst nemen, waartegen Etha zich verzette. „Maar mama, hoe kón Bennink nu wéten dat u ruzie zoudt hebben met tante Mathilde, en zoodoende vroeger zoudt weggaan ?" vroeg zij, toen beiden gezeten waren, en de chauffeur met een minachtend schouderophalen ging toeteren. „We zijn toch zoo gauw wéggeloopen."

„Zwijg!" gebood Suzanne. „Dat mankeert er nog maar aan, dat je dien lummel ook voortrekt, 't Is trouwens de laatste keer dat ik bij die lieve tante van je geweest ben. *t Wezen."

Zonder zich van hoed en mantel te ontdoen, dribbelde Suzanne, op haar hooge hakken welke altijd dreigden haar te doen zwikken, naar de werkkamer van Frederik, die voor zijn bureau ministre zat te schrijven.

Frederik zweeg eerst cynisch, liet zijn vrouw maar rammelen. Hij begreep dat zij ongelijk had, vooral ook omdat Etha het zeide. Etha was zijn lieveling, de eenige die zijn thuis draaglijk maakte, en wat hij betreurde, zonder het zichzelf eerlijk te bekennen, doch zich toch eeuwig de gedachte bewust, was: „dat dit nu geen kind van Mathilde van der Pel mocht heeten. Hoe kwam Mathilde aan Trude; maar ook hóé kwam Suzanne aan de mooie Etha? Enfin zijn mooi, zijn mooiI" streelde hij zijn ijdelheid, terwijl de klachtenvoorraad van Suzanne zich in zijn onwillig oor ledigde. Iets in haar liefhebbend harte deelde met onhoorbaar stemmetje deze echtgenoote mede dat Frederik, hij mocht dan ook aan te merken hebben op Pauls weduwe, en nu en dan op haar knorren, Mathilde meer genegenheid toedroeg dan Suzanna strikt bestaanbaar oordeelde met zijn plichten tegenover zijn wettige gade. Vandaar mevrouw Frederik steeds

Mathilde Polenius. *

Sluiten