Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teld had, en Trude plaatste haar brooddroge opmerkingen daar tusschen. Jules spotte nu en dan hoog, zonder lachen, met jongensmeerderheid. Alleen Jenny was stil, ontevredenstil. Mathilde wist wel wat haar knaagde. De drie die de deur uit moesten, trokken eindelijk af; Mathilde zuchtte verlicht.

Jenny was zoo goed hedenmorgen het ontbij tgerei te willen afwasschen, en Mathilde dwaalde door het huis; werktuigelijk haar bezigheden verrichtend, kasten ordenend, linnengoed opnemend, het weer latende vallen, zich steeds bewust van een zielsellende die lichamelijk op haar inwerkte, haar verziekte, en haar schier dwong het weinige voedsel dat zij zooeven had kunnen slikken, over te geven. Met een geweldige poging drukte zij die maagneigingen neer, en zij die nooit alcohol aanraakte, maar er steeds een kleine hoeveelheid van in huis had als medicijn, schonk zich een glaasje cognac in, om ten minste physisch weer eenigszins normaal te worden. Zij liet het vocht haar keel en maag langzaam doorbranden. Daarna wierp zij zich op den arbeid als op een begeerde buit, de bedden makend drie maal zoo vlug als de langzame Geesje, die „er niet bij kon, wat mevrouw ven ochend wel behekste," en meer in den weg liep dan wel uitvoerde.

Mathilde wiesch haar waschtafelstel om, toen er gebeld werd, en daar Jenny zong, joeg zij Geesje naar beneden.

„Wat wil u mevrouw, peen, sevooie of rooie?" Geesje's slaperige oogen en stem ontwaakten tot leven.

„Neen, geen rooie kool, die hebben we pas gehad, zie maar eens wat hij heeft, en kom 't me dan zeggen."

„Best mevrouw."

Met een, voor haar, duizelingwekkende snelheid stoof Geesje omlaag; het buitendeursche bezoek van groenteman, slager, bakker en zandman was haar steeds uiterst welkom. Jules, die Geesje, als hij naar gymnasium ging of thuiskwam, dikwijls omringd zag door een kring van praters, beweerde dat zij niet ééns in de maand jour hield, maar eiken dag. Er trilde een glimlach om Mathilde's mond. „Die Jules, hij kon soms aardige dingen zeggen, voor zoo'n jongen. O, als zij

Sluiten