Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

huis van rouw, dat morgen wel vol zou zijn van bezoekers, vrienden en kennissen van armen grootvader, die daar lag, bleek en stil, te slapen den eeuwigen slaap. „Hoe verschrikkelijk toch voor mama dat zij hem niet levend had weergevonden. Wie weet hoeveel gedachten aan mama door grootpapa's stervend hoofd waren gegaan." En Etha barstte in tranen uit.

Frederiks brief, als repliek op den haren, had Mathilde verlost uit een kwellenden angst, wat haarzelf betrof, en gerustgesteld ten opzichte van haar kinderen. „Zoo kon zij de toelage dan wel aannemen. En goddank, hij zou met meer komen, hij schaamde zich zeker, inziend dat hij te ver was gegaan! Verwonderlijk voor zoo'n individu als hi], die mets en niemand placht te ontzien. Enfin, hij scheen ten minste nog voor verbetering vatbaar."

Daarop kwam Etha's briefje. „Hoe lief en hartelijk schreef dit kind." Nooit had zij dit in Etha vermoed, en een lichte wroeging prikte Mathilde, over haar minder gunstig oordeel vroeger. „Toen, dien dag van de ruzie, ook al voor haar opgekomen: een schatje was ze, om zich in 't geheel met door haar moeder te laten beïnvloeden. Prachtig karakter; zoo zelfstandig en ten goede willend."

Doch niettegenstaande dit briefje, kon Matiulde toch nimmer meer een voet zetten over den drempel der villa haars zwagers En de lieve Suzanne zou ook wel de laatste persoon ter wereld zijn, die dit verlangde. Wüden de meisjes er heen, uitstekend. Zij liet al haar kinderen volkomen vrij m dit

OIMaÏÏ" toen zij ze raadpleegde, bevond zij dat feiteUjk niemand, behalve Jules, er heen wilde. Dadelijk flikkerde de

haaK^n ie begrijpen, ik naar tante grut, dat lamme mensch, dat nooit iets voor ons doet!" viel Ida uit. „Oom Frits is ten rninste nog eens vriendelijk, maar grut snauwt altijd of we de helft van haar famüie hadden vermoord. Dezen eigenaardigen eerehaam dankte Suzanne haar onfnssche gelaatsklem.

Sluiten