Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verfijnde wreede straf voor hun schenden van de wet der liefde, die geëischt had dat zij zich gaven aan elkaar en niet aan vreemden — in de stem van dit meisje te vinden wat Mathilde nooit bij machte was geweest te geven vroeger, en waarom hij, Henri Nolette, haar in zekeren zin weggestooten had.

Als Matty zóó had gezongen.... Maar dit zou immers de volmaking geweest zijn, en wat een menschelijk wezen betreft, mag er toch niets volmaakt goeds zijn. Wel iets volmaakt kwaads. Arme Matty vooral.... Ja, dat kind zong heerlijk, maar haar moeders schoonheid bezat zij niet, noch haar moeders groote aantrekkelijkheid en ongedwongenheid. Hij bezag het edel smartebleek profiel van Mathilde, die begeleidde, ten deele opgaand in den zang, ten deele in eigen gevoelens, welke haar den doodsteek gaven. „Ja, nu hóórde hij Jenny. Wat zij gedacht had dat zich nooit zou verwezenlijken, was werkelijkheid, thans, en zij, Mathilde, doorlééfde die werkelijkheid. En hij hóórde ook dat Jenny het geven kon het warme, het bezielde, het vonkje, dat nóóit in haar, Mathilde's geluid mocht vurigen en hem bekoren. Maar kom, zij mocht niet toegeven aan leed-gedachten, zij moest in adelaarsvlucht uitstijgen boven alle kleinheid en zelfzucht, en moeder zijn, heelemaal moeder. Het was toch héérlijk dat Nolette zoo getroffen Jenny's handjes drukte, en daarna de hare.

„Gefeliciteerd," zei hij kortweg, zijn ontroering wegschrapend. „Maar ik moet nog meer hooren. Vijf minuten rust geef ik."

Jenny staarde hem nu vrij en open aan, met oogen waaruit al haar verrukking hem tegenstraalde. Het lied bezat haar weer, zij hijgde om nog meer, nog meer te zingen; de man zelf voor wien zij gezongen had, raakte weer eenigszins op den achtergrond. Gretig fluisterde zij tot Mathilde, die haar wang streelde:

„Ma, wat raad u aan? Widmung? Du bist die Ruh?"

„Ja kind, begin met Schubert, maar kalm, hoor."

Doch het voorspel bracht Jenny al onder den indruk, en zij suste onbewust in zoeten zang die twee oproerige zielen.

Sluiten