Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vijf en twintig jaar aan justitie" is, verdienstelijker".

„Kind, je bent niet goed snik", wees Ida haar terecht. „Als er zoo'n ambtenaar op 't podium van een concertzaal kwam, in plaats van een violist, zou er heusch geen ménsch klappen, omdat hij zoo beroemd is. En op de beroemdheid, komt 't toch maar aan. Niet of er zijn grootere dan Nolette", wreekte Ida zich over diens schandelijke vernalatiging. (Had de man geen óóren en óógen?) „Maar in elk geval, nij hééft naam, hij telt. Phie Rans zal dol jaloersch zijn, als ze weet dat hij hier aan huis komt, en de heele muziekschool. Ik ga er morgen wat lekker mee pochen, hoor".

„Pffft.... Phie Rans.... de muziekschool," smaalde Trude, met al de wijsheid die, volgens Jules, in haar hersens was geslagen sedert zij gespeend rondliep. „De regeering denkt er gelukkig net zoo over als ik."

Jules vond dit bijzonder prettig voor de regeering, doch Trude achtte hem met. „Als je vijf en twintig jaar iets degelijks hebt gedaan, ambtenaar, professor, leeraar, al is 't nog maar in muziek, zorgt de regeering dat je gehuldigd wordt, maar speel nou maar vijftig jaar op je viool en verder niks.... en 't land steekt geen hand naar je uit, nét goed." En Trude zegepraalde.

„Zoo kind," verdedigde Ida, „niets van aan, als artiesten zeventig of tachtig zijn, krijgen ze wat dikwijls lintjes.... 't lijkt wel of je nooit een courant leest."

„Nou ja, zeker omdat ze dan al gauw dood gaan, en dan zijn 't nog altijd schilders of zóó iets. Maar anders springt de regeering toch gelukkig bijna nooit in de bres voor kunst.... en zéker niet voor je muzieklui en je idiote romanciers en je dichters, waar malle Jenny altijd zoo over in de weer is. We mogen elkaar nog wel feliciteer en met zoo'n verstandig nuchter gouvernement, dat zoo consequent in zulke dingen blijft. Dat zei ik laatst nog op bureau.

„O, zeker tegen je van der Wénden!" sarde Ida terug.

„Dan zei ik 't ten minste tegen een degelijk mensch, en niet tegen zoo'n gek als die man van van avond!" En mejuffrouw Gertrude Polenius stak haar twintigjarige tong uit, want de antwoorden dezes mans wrokten nog bij haar na.

Mathilde Polenlus. 14

Sluiten