Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen hem, Ellendige gierigaard dat hij geweest was. En hij

kon nu toch niets zeggen Ze zou 't, na dat bewuste

scènetje, waaraan ze natuurlijk nog altijd dacht, tóch niet van hem willen aannemen." Hij zat daar ten prooi aan een wanhopigen tweestrijd, het zweet schoot hem uit de huid. Hij kreeg zijn geparfumeerden zakdoek om zich het gezicht te wisschen. Het ideaal zooeven nog vóór hem in zulke vaste omtrekken, verflauwde, verschimde. „Doch hij móést toch iets zeggen, hij móést protesteeren in elk geval."

,,'t Is wel raar dat dat een vréémde " Mathilde

schokte op in schrik. „Gód, hij zou toch niet edelmoedig worden!" Zoo vurig als zij het vroeger gewenscht had, zoo gruwelijk zou zij het thans vinden. „O, Henri Nolette, dien ik altijd gekend heb, is voor mij geen vreemde. En zelfs van een vreemde kan je léénen. 't Zal eerlijk worden teruggegeven. Maak je maar met ongerust, Frederik, over Mathilde Polenius."

„Waarom hebt ó 't tante dan niet geleend of gegeven, papa?" vroeg Etha ronduit. „Dan was 't van dien meneer niet noodig geweest."

„Ik ik zou 't nóg kunnen " prevelde Mr. Polenius.

Het bloed steeg Mathilde van angst naar de wangen, verfde ze donkerrood.

„Neen, dank je, Frederik. Dat zou dan een beleediging zijn voor mijn vriend Nolette, die zoo dweept met Jenny's stem, dat hij me, als bijzondere gunst, verzocht me hierin te mogen helpen."

„Maar als Jenny ooit nog méér noodig heeft, tante, zullen wij, zal papa 't haar geven, niet papaatje? Cadeau doen."

„Zeker, zeker," bood Frederik gul aan. „Ten allen tijde bereid je van dienst te zijn, Mathilde, dat weet je wel. En 't spijt me zeer, dat een vréémde "

„Waarom hebt u 't papa niet dadelijk gevraagd, tantetje ?" verweet Etha argeloos.

Mathilde zag zich nog duidelijk staan tegenover Frederik,

tóén zij dit deed. „Och liefje," ontweek zij „of Jenny

nu aan je papa 't geld teruggeeft of aan meneer Nolette, komt voor óns op 'tzelfde neer, teróg moet 't."

Sluiten