Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„O ja, u vroeg.... van meneer Nolette en tante nee,

meneer zei niet zooveel tegen tante iets vriendelijks nu

en dan "

' „Wat?"

„O, ik weet niet meer tante vroeg of hij nog thee

wilde of een biscuit en dan lachte hij en zei dat hij

al die zorgen zou missen, als hij weer op reis was."

„Anders niet?"

„Neen papaatje, heusch niet." Etha's hoofdje werd loom, zakte op zijde, haar oogen sloten zich. „Nacht papaatje, ik heb slaap, ik geloof dat ik kan slapen!"

„Nacht, lieveling, ja, ik ga weg, ik laat je met rust "

hij kuste teeder-eerbiedig haar voorhoofd, haar oogen. „Hoe

laat zal vader morgen komen ? maar niet zoo heel vroeg,

hè ? .... wel te rusten, hoor slaap maar flink uit je

hebt rust noodig."

„Nacht, papaatje " Zij kuste met haar gloeiende lippen

zijn hand, zag hem nog even droomerig aan.

Hij sloop op de teenen van haar bed weg, en in de deur staand, keek hij een wijle naar het kopje, donker afstekend, met het mooie rosbruine haar, tegen het witte kussen. En toen welde plots zijn vaderhart vol berouw. Zij was ziek, en hij had haar vermoeid, afgemat; als 't haar maar geen kwaad deed.

„Nacht kleintje, nacht baby!" knikte hij haar toe. Met vochtige oogen sloot hij de deur. In de gang ontmoette hij Everdien, die hij werkelijk in gewone omstandigheden niet zou hebben aangezien, maar wier hand hij nu vol dankbaarheid greep; zij was toch zoo goed voor zijn kind.

„Mag 0£ u wel m'n erkentelijkheid betuigen, u verzorgt mijn kleintje zoo uitstekend...."

„Och!" beklaagde Everdien, „wij doen naar onzen zin veel te weinig, meneer; juffrouw Polenius is wel vriendelijk om ons te prijzen.... ze is zoo allerliefst.... ik zou wel eens iemand willen zien, die niet goed voor haar was."

Frederik meende die persoon al eens gezien te hebben.

„Wilt u niet binnenkomen ?" vroeg Everdien, en hij deed dit. De oude mevrouw trad al uit de deur hem tegemoet.

Sluiten