Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij beval haar Etha ten zeerste aan, sprak nog even met haar, en vertrok.

Hij had tot Etha geen woord gerept van haar moeder; hij wilde dit onderwerp liefst vermijden. „Het kind verlangde ook allerminst er iets van te hoor en. Of dat monster te bed lag door eigen schuld.... wat kwam het er op aan ? zoo

dikwijls lag ze te bed. O god, als ze nu maar erger werd "

Intusschen verlichtte hem zeer wat Etha gezegd had over Mathilde en den violist. „Een heerlijke waardige vrouw, zijn Mathilde."

Mathilde zond, den volgenden middag, Jenny vooruit naar de Helms, om Etha te bezoeken. Etha zat tijdelijk in een gr00ten stoel, in haar voorkamertje, waar een petroleumkacheltje snorde. Het een-raams vertrekje zag er knus uit, vond de bezoekster, met zijn sneeuwige gordijnen, de bloemen op het kozijn, een enkele plaat aan den muur. „Maar toch.... zoo niets voor Etha...." En de anders zoo zwijgzame Jenny kon zich den uitroep niet onthouden: „O Etha, 't is hier wel aardig, maar wat een verschil met je thuis

„O, alsjeblieft, Jenny, zwijg me van thuis. Kom gauw zitten, praat veel liever over jezelf. Ik heb papa, maar een thuis niet meer. Ik ben hier heusch tevreden, zoo vrij en veilig, en goed verzorgd door die beste dames Helm.... wat een lieve menschjes."

„Ja, niet?" vroeg Jenny opgetogen. „Ma en ik houden ook zooveel van ze. Ze hebben zoo iets oneindig goeds en aardigs."

„O ja, 't doet je weldadig aan, en ik geef je er alle mooie meubels voor cadeau. En vertel nu van je Berlijnsche plannen en zoo. Ik mag ook naar Berlijn, o wat zal dat heerlijk zijn, samen!"

Een vertrouwelijk gesprek ontspon zich; hand in hand zaten de nichtjes. Etha plaagde Jenny schalks met Nolette, Jenny, bloosde, haar oogen schitterden, zij bekende half.

„Dus je hóud van hem, héüsch en héüsch?"

„ J.... ja .... natuurlijk...."

„Maar Jenny.... hoe kan je.... ik meen op zóó'n ma-

Sluiten