Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Bezoek? Van wie?", vroeg Deodaat op een ietwat verschrikten toon.

„Van goeie kennissen van Clara en jou, George en Tine "

„Ei...." sprak Deodaat „die dame en heer met hun eigenaardige Amsterdamsche tongval.... Die komen voor jullie "

„Nee pardon," antwoordde Marie, „ze schrijven, dat ze ook speciaal de gelukkige bruigom komen opzoeken."

„Ahum...." deed Deodaat, „dat is heel vriendelijk heel.... En wanneer komen ze?"

„Dat is een verrassing," sprak Jeanne.

„Zoo.... zoo...."

Deodaat kneep in zijn kin en scheen even na te denken. Dan blijkbaar plots beraden, wendde hij zich om:

„Nu zusjes.... tot morgen dan .... blijf niet op, het zal laat worden."

En dit zeggend verliet hij eensklaps haastig het vertrek.

„Hij vergeet het pakje en de brief van Clara," zei Jeanne. „Een slappe bruigom, hoor."

Marie antwoordde niet, ze klemde de lippen opeen, en aaide de spinnende poes in haar schoot.

Er waren al heel wat maanden verloopen sedert dien gedenkwaardigen romantischen avond, toen in de buurt van de Rhöne-gletscher Deodaat voor freule Clara van Heldenaer in de maneschijn erotische poëzie van Hooft reciteerde en daarna tot deze jonkvrouw woorden sprak van liefde en haar teedere vragen stelde.

Lezers met een goed geheugen zullen zich herinneren, hoe de liefde den volgenden morgen Deodaats memorie vertroebeld had, zoodat hij zich met geen menschen

Sluiten