Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt ze al lauw, na een aardbeving op Sicilië begint ze pas goed warm te worden, ze wordt gloeiend na een vulcanische uitbarsting in de Himalaya en zou in kookhitte vervluchtigen als er bericht kwam van een overstrooming op de maan.

Noch het waarschuwend voorbeeld van de mevrouw, die zich zooveel moeite gaf voor de negers in Borioboolagah, noch een herinnering aan de naastbijliggende plichten van Woutertje Pieterse, maakt indruk op die dames, hoe goed bedoeld en oprecht gemeend haar ijver ook moge wezen om hg^r medemenschen te helpen.

„En daarom" zoo sprak freule Tunberghe, de oprichtster en presidente van Levensvreugde — en van haar zijn ook de uitweidingen en beschouwingen afkomstig, die ik hier boven plaatste — „en daarom moeten wij nu eens de handen ineen slaan, om ons heen zien, en hier, in onze onmiddellijke omgeving de Levensvreugde brengen aan schepselen, wier bestaan vaak zoo innig deerniswekkend is en die zoo reikhalzend uitzien naar een behulpzame hand, die wat licht, wat zon wil brengen in het sombere verblijf van hun alledag leven."

Veel moeite om dames-leden voor de vereeniging te werven had freule Tunberghe natuurlijk niet. Er was op dat oogenblik geen overstrooming op de maan, de Vesuvius en de Etna waren ingedommeld en snorkten alleen maar een beetje, de mijnwerkers staakten zooals gewoonlijk en de Drentenaren kregen last van hun dikte.

Wel trokken velen zich practisch terug als ze na de verkiezing van een bestuur er zonder baantje afkwamen, maar er bleven toch genoeg ijverige leden naast het bestuur over om de oprichting een succes te noemen.

Een memorie van toelichting is op het glashelder gestelde art. 1 der statuten zeker een overbodigheid, maar

Sluiten