Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

driftig tot Carolien, „meneer Deodaat weet niet, dat die dingen gekomen zijn en zoodoende.... och kind, wil je es even bellen om theewater.... daar, achter je...."

En toen Carolien zich omwendde om zich van dien opdracht te kwijten, zag juffrouw Marie van Berkel aan met een zooveel zeggenden blik, dat deze met even veel bedenkelijkheid als verbazing zijn wenkbrauwen hoog optrok. , :

„Maar ik heb gisteren toch...." begon Jeanne, die zich het geval persoonlijk aantrok.

„Ja jij hebt gisteren zoo'n welgeslaagde vergadering gehad van Levensverdriet.... of hoe heet die instelling, vertel daar maar es van...." snauwde Marie. ,

Eer Jeanne tijd had op dezen aanval te antwoorden, trad Mietje met den waterketel, waar een stoompluim uit wolkte, binnen en zette dien op den theestoof.

Meteen werd er aan de voordeur gebeld. Een en ander had de conversatie een oogenblik gestuit en zoo hoorden allen het geluid van een mannestem en dat van een vrouwestem, zoodra de buitendeur open ging.

„Aha...." lachte Carolien, „daar zijn bruid en bruigom al.... leuk!", en in verwachting dadelijk de van geluk stralende Clara aan den arm van den trotschen Deodaat te zien binnentreden, wendde ze zich om en keek naar de deur.

Ineens vloog die open en een vrouwestem schalde, vriendelijk, schoon onwelluidend: „Ik sig van goeien middag!"

„En ik van idem idem met een sterretje!" voegde de mannestem er bij.

„Goeie Goden.... George en Tinei" riep van Berkel, opspringend uit.

Sluiten