Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij geëngageerd en sedert korter tijd zelfs ondertrouwd was met freule Clara van Heldenaer.

Maar hij kon zich met geen mogelijkheid voorstellen, dat diezelfde Clara het wezen was, tot wie hij op dien romantischen avond bij de Rhónegletcher zulke verliefde toespraken richtte en dat de haarspeld, die 's avonds aan zijn vestknoop bengelde uit hetzelfde hoofd kwam, dat nu op Clara's schouders stond.

Trouwen!

Op de soos hadden ze hem gefeliciteerd op de meest uiteenloopende wijzen, ernstig, schertsend, goedkeurend, smalend, verbaasd en onverschillig.

„Flink zoo, kerel. Het is niet goed, dat de mensch alleen zij...."

„Verduiveld de Jong, je hebt courage op je ouwe dag!"

„Groot gelijk zeg, alleen is toch ook maar alleen, hè?"

„Allemachtig, ik hoop, dat het je goed bekomt hoor!"

„ Is 't waarachtig.... of is 't een mop?"

„Proficiat de Jong.... trouwplannen, hè?"

Al die gelukwenschen en die handjesdrukkerij had hij maar zoo'n beetje aangehoord en aanvaard als dingen, die hem eigenlijk niet veel aangingen.

Trouwen, nou ja, als je eenmaal geëngageerd bent, dan dien je eindelijk wel eens te trouwen, natuurlijk.

Maar er was iets in de gedragingen van Clara, dat hem deed wenschen, dat hij in plaats van zijn groene, ineens maar zijn zilveren bruiloft zou mogen vieren. De episode daar tusschen in, dat was het, waar hij tegenop zag.

Zooals gezegd, Deodaat was een geboren philosoof en zijn philosofie bracht hem er toe onaangename gedachten altijd dadelijk weg te denken en onaangename gebeurtenissen steeds zooveel mogelijk uit den weg te gaan.

5

Sluiten