Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

u trouwens herkennen al was u nog zoo vermomd." „Nadat u me één keer uit de verte had gezien?" Johan knikte.

„Waaraan dan?" vroeg Carolien. Johan glimlachte en er fonkelde iets in zijn bruine oogen.

„Het is nu niet het psychologische moment om dat mee te deelen," sprak hij, „Later...."

„Jasses, wat 'n nonsens...." snibbigde Carolien terwijl ze 't hoofdje weer afwendde.

„Nonsens is 't in geen geval," sprak Johan „want dan zou ik u nu ook niet herkend hebben."

„U zegt maar wat, u wilt interessant zijn," zei Carolien, ,,'t kan me trouwens ook heelemaal niet schelen of u me herkent. Hoe zag ik er dan uit?" I „Om voor te knielen...." fluisterde Johan.

„Och, u is niet wijs...." zei Carolien verschrikt, terwijl ze hevig bloosde, „ Ik bedoel natuurlijk wat of ik an had."

„Een wit pakje, de blouse met half lange mouwen en een kersrood mutsje."

Carolien, die hem nu aanzag, begon te glimlachen, een glimlach die sterretjes deed fonkelen in haar mooie grijze oogen.

„Was 't niet zoo?" vroeg Johan.

„Ja.... maar wees nu es niet flauw, zeg nu eens, waaraan u me altijd herkennen zou?"

„Nu niet.... later."

„Er is geen later...." zei Carolien, „Enfin 't kan me niks schelen ook.... dat interessante geheim van u....!"

„Moet Johan geen kopje thee?" vroeg Marie-.

„Heel graag juffrouw," zei Johan op zijn gewonen bedeesden toon.

Sluiten