Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als je binnenkomt lacht iedereen zoo'n beetje idiotig, geeft handjes en zegt onbenulligheden over het weer.

Mevrouw van Stralen zegt, dat ze nu de thee maar. op zal schenken, wat je vrouw aanleiding geeft om mee te deelen, dat ze in 't laatst nog door allerlei dingen werd opgehouden.

Even later vraagt de gastvrouw rond of er suiker en melk wordt gebruikt, maar tegen mevrouw Vleming zegt ze: „Ja, van jou weet ik het wel, Sofie." Je voelt duidelijk dat je in dit opzicht bij Softe achter staat en merkt op dat je vrouw zich over het geval ergert.

Je krijgt een veel te zoet kopje thee, dat erg omslachtig wordt opgedischt en omdat je te ver van de tafel zit, ontstaat er eenige opschudding, wijl er mimitjes moeten worden gezet tusschen de stoelen, zoodat het heele gezelschap gaat verzitten met uitroepen van: „o,ikkan wel... Iets naar achter.... ah ja, erg makkelijk...."

Vervolgens moet je met een onhandig lepeltje een bonbon van een schaaltje visschen en als dat mislukt is, neem je met je vingers een praline en legt die op je schoteltje. Even later zit dat ding dan als een slak tegen het warme kopje gekleefd; je peutert het er af, eet het gauw op, maar aan je kopje zit dan een viezig bruin kloddertje.

Deze vermakelijkheid speelt zich tweemaal af.

Onderwijl heb je een traag vloeiend discours gehad met meneer van Stralen, met meneer Vleming en met een logé van de van Stralens, wiens naam je niet goed verstaan hebt bij de voorstelling, je gelooft dat het de Lange was, maar 's avonds zegt je vrouw dat zij verstaan heeft van de Sande; van Stralen noemt hem Dirk.

Terwijl je zit te peinzen waarom je ook eigenlijk gebrouilleerd bent met de Vlemings, want het is aangekomen

Sluiten