Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij de dames, vraagt de gastvrouw of je plezier hebt om een partijtje te maken.

Als ze allemaal ja zeggen, is dat het sein tot een vreeselijke verwarring: je moet gaan verzitten, je sjouwt allemaal met meubels, sleept stoelen aan: je gaat met Dirk samen rukken aan een uittrekbaar speeltafeltje.

Dirk heeft de leiding, omdat hij zegt er thuis ook zoo een te hebben en die dingen wel te kennen. Hij geeft je korte instructies. „Als u nou even.... nee, niet zoo hard.... nog even induwen.... zoo, nu zal ik.... trekken aan die hoek.... u trekt niet." „Jawel," zegje, „of iktrek...!"„Nogeéns," zegt hij dan, „zoo, nietteforsch... nu zal ik... wel allemachtig... dat ding is kapot.... nog eens.... doet u nou maar niks.... zoo.... au!"

Hij vloekt en zuigt op zijn duim en kijkt je verwijtend aan, maar daar je op zijn bevel niks heb gedaan, laat die blik je koud.

De gastheer en de gastvrouw brengen het meubel in orde en even later zit je er aan mét Dirk, met mevrouw van Stralen en mevrouw Vleming.

Je verbeeldt je, dat je een vrij goeden kijk op het kaartspel hebt, maar Dirk doet doorloopend zijn best je van dien waan te genezen; als je in z 'n invite uitkomt haalt hij zijn schouders op over zoo'n stommiteit en kom je er niet ïn uit, dan humt hij zoo verachtelijk en speelt hij zijn kaart zoo grimmig op, dat je heelemaal de kluts kwijt raakt.

Speel je een vuile kaart vlug bij, dan schudt hij zijn hoofd en denk je even na, dan roept hij dadelijk: „Kom meneer, een kaart of een takkebos!"

De slagen die hij maakt, schijnen allemaal kunststukken van beleid en doorzicht te wezen; de troefaas speelt

Sluiten