Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE HOOFDSTUK

Een rumatische dame weigert de reuzenzwaai te doen. Sjors poseert in een rolstoel. Een zenuwachtige koffiemaaltijd, een verstrooide bruigom, spiegeleieren en vliegmachines. Sjors haalt zijn schouders op.

„Daar komt-ie!" riep Sjors, toen de trein in de bocht zichtbaar werd.

„Clara d'r hartje gaat van rikketikketik," plaagde Tine.

Ze stonden in een groep bijeen op het perron om den bruigom en zijn zusters af te halen.

De oude heer van Berkel, Clara, Louis, Coos, Karei, Agnes, Tienus, Carolien, Sjors en Tine.

Een fleurige groep bruiloftsgangers was het. En allemaal droegen ze bloemen om de feeststemming te verhoogen.

Dat was een attentie van Sjors geweest; met een doos vol anjers, rozeknoppen en seringen in zijn hand was hij een uur geleden met Tine luidruchtig uit den Amsterdamschen trein gesprongen; afzonderlijk in een vloeitje waren er twee takjes oranjebloesem bij geweest, waarvan er een al prijkte op Clara's maagdelijke boezem.

„Hè, flauw, hè? Maar ik ben zóó zenuwachtig," zei Clara.

„Dat's de bibberaasie van de liefde " verklaarde

Tine, „och meissie, dat zakt wel as je vijftien jaar bij je men ben geweist."

Sluiten