Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn landgenoote een praatje had gemaakt, zette plotseling den motor aan.

Fritz Müller hield rekening met de omstandigheid, dat er veel liefhebbers voor een luchttoertje waren en zoo duurde het ook maar heel kort of het toestel, dat even over Waalbrugge was gecirkeld en een paar seconden onzichtbaar was geweest achter de meelfabriek, daalde alweer naar de groene weide, raakte den grond, huppelde nog een eindje voort en stond dan stil.

Juffrouw Mandelbaum was wel een minuut lang de heldin van het vliegveld.

Iedereen wou weten hoe ze het had gevonden en zooals vanzelf sprak, was het smachtende meisje enthousiast.

„Ach entzückend war es.... ewig mochte ich fliegen...,!"

Ze bedoelde natuurlijk met Fritz Müller maar dat zei ze er toch niet bij; ze bedankte Herr Leutnant met een stroom van verrukte woorden en Fritz boog, liet zijn witte tanden schitteren in zijn clean shaven bruin verweerd gezicht.

„Gnadiges Fraulein sind wirklich sehr tapfer gewesen."

Karei Lenzing was de tweede passagier.

Van de toeschouwers op de eerste rij waren er van lieverlede een heeleboel op het zachte groene gras gaan zitten. Mevrouw Lebeu was in contact gekomen met freule Tunberghe en Johan zat nu heel genoegelijk met Carolien aan zijn zijde in het gras te keuvelen.

„We zouen hier best op dit weiland kunnen steppen," zei Johan.

„Ik step vanavond thuis," zei Carolien, „Fijn!" „ Ik wou dat ik er bij was," sprak Johan met een zucht. „Nou, je kunt in Deventer gaan steppen met dat Belgische meisje," zei Carolien.

Sluiten