Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Kwam niet terug?" herhaalde van Berkel, „waar is hij dan gebleven?" „Onderweg uitgestapt...." „Wablief?"

„Uitgestapt? In de lucht?" riep Trees met ontzetting. „Nee.... op de grond," antwoordde Tiertus. „Waar?" vroeg van Berkel.

„Dat weten we niet," sprak Tienus, die nu wat rustiger sprak. „Fritz Müller had geen tijd om het op de kaart te wijzen. Maar Deodaat had hem vanmiddag in het hotel opgebeld en hem toen gevraagd of hij bereid was hem met de vliegmachine een heel eind van hier te laten landen...."

Sjors knarsetandde.

„En dat heeft Fritz Müller gedaan.... drie kwartier is hij weggebleven.... we dachten allemaal dat hij verongelukt was.... maar hij kwam terug.... George en Clara liepen er paar toe.... maar toen ze bij het toestel kwamen, zat Deodaat er niet meer in."

Er viel een stilte.

„George!.... George!" zei eindelijk van Berkel op verwijtenden toon. „En Clara?" vroeg Trees.

,,'t Scheelde weinig of ze was in mekaar gezakt," sprak Karei, „juffrouw Jeanne, Coos, Tine en Agnes met Louis hebben haar maar zoo gauw mogelijk van 't veld afgekregen en naar huis gebracht...."

Sjors vloekte. t

„As ik dat loeder van een fint hier had...."

„Wat zei ze wel?" vroeg Trees met een ontdaan gezicht.

„Zeggen?" sprak Tienus, „och ze zei niks.... ze keek ons allemaal maar aan, net of ze 't niet begreep.... doodsbleek was ze...."

Sluiten