Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vlieger is zonder hem terug gekeerd," sprak Tienus.

„Is-ie nou heelemaal suf?" riep Carolien. „En de partij dan?"

„Gaat niet door," herhaalde Trees, „Maar hoe is het mogelijk, dat |ij, die op het veld was, niets van die consternatie hebt bemerkt?"

Carolien bloosde plotseling tot onder heur haar.

„Dat weet ik niet," sprak ze half binnensmonds.

„As je niet goed stond, sag je niks," redde Sjors.

Karei zag haar even spottend aan, maar zweeg.

Van Berkel kwam weer binnen.

„O, Carotje," sprak hij, „Hoe is 't met Clara?"

„ Ik weet niet Pa," antwoordde Carolien bedremmeld, „Ik kom van 't vliegveld."

„Ben jij daar dan gebleven?" vroeg van Berkel verbaasd.

„Ze heeft niets van het geval gemerkt," sprak Trees, „waar zij stond, kon je zoo slecht zien."

„Zat je dan niet bij de anderen?"

„Se is van ons afgeraakt in 't gedrang," redde Sjors opnieuw.

Van Berkel keek George aan, keek Carolien aan, schudde zijn hoofd, zei dan plotseling heel ernstig.

„Je hebt toch niet gevlogen?"

„Nee Pa.... heusch niet," antwoordde ze hem ferm in de oogen kijkend.

„Nou.... enfin dan. Raar is het. Je bent anders pienter genoeg om allerlei dingen op te merken, die je niet aangaan."

„Gut, ik heb heelemaal niet gezien, dat Johan.... hm.... ik bedoel Deodaat...." verbeterde ze met een verschrikt gezicht en een plotseling vuurrood hoofd, terwijl ze van de alteratie vergat den zin af te maken.

Sluiten