Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit het electrische kroontje viel plots het gouden schijnsel en vulde de kamer.

Ze knipperden er allemaal tegen.

„Ja, we hebben Clara meegebracht," zei Agnes, „ze moet maar eens afleiding hebben, menschen spreken, die zich in haar toestand verplaatsen kunnen.... en zich eens kunnen uiten...."

„Heel verstandig..., heel goed," zei van Berkel goedkeurend, terwijl hij haastig zijn pijp greep, die dreigde om te vallen, „geef haar die andere chesterfield.... en komen jullie er dan in een kring bij zitten."

Clara, die met den zwarten sluier over haar hoofd zoó uit een FranSche rechtzaal scheen weggeloopen te zijn, sloeg dat ding nu naar achter, waardoor ze meer leek op een normale weduwe, knikte treurig en dankbaar naar het echtpaar van Berkel en nam dan in den haastig aangeschoven zetel plaats.

Eenige oogenblikken heerschte er een pijnlijke stilte, die Trees echter op een passende Wijze, verbrak door te zeggen: „Wat een dag, hé?"

„Verschrikkelijk...," beaamde Clara.

„Tja," zuchtte van Berkel, die vergeefs zocht naar iets ander;, wat kon troosten of afleiden. .

„Se moet maar denken aan Spinoza of wat wes det foor 'n ouwe fechtjas, die zee: Ende deserteert niet...," merkte Sjors op.

„Dat was heel toepasselijk!" zei van Berkel.

Clara knikte.

„O...," sprak ze, „ Ik kan niet gelooven, dat Daad zoo van me weg zou gaan; het moet gebeurd zijn in een van die vreeselijk verstrooide buien van hem...."

„Wel zeker.... natuurlijk....!" gaf van Berkel toe, met

Sluiten