Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blauwe morgenlicht door den spleet tusschen de overgordijnen drong.

Toen gaf ze het slapen op en ging ze liggen peinzen.

Wat voor een mysterie school er toch achter dit gedrag van Deodaat?

Een man, die op den dag vóór zijn huwelijk zoo zijn bruid verlaat, moest daar toch wel een zeer krachtigen reden voor hebben; zonder twijfel had hij inwendig een hevigen strijd gevoerd.

Waartegen?

Telkens in haar oogenblikken van wakker zijn, had Suzè zacht de woorden herhaald, die freule Tunberghe op zoo'n rustig overtuigden toon in den trein had uitgesproken, ondanks den vragenden vorm, waarin ze die overtuiging uitte.

„Daar moet iets achter zitten.... Is er soms een andere vrouw in 't spel?"

Een andere vrouw?

Welke vrouw kon dat zijn?

Suze vouwde haar handen achter het hoofd en keek naar het plafond.

Zeker, zeker, ze had altijd gemeend, dat Deodaat haar met een meer dan gewone oplettendheid behandelde en dat hij vaak schuw en verlegen deed, wanneer het toeval hen tezamen bracht.

En een zekere schuwheid lag in Deodaat's aard en kwam natuurlijk het sterkst tot uiting, wanneer zijn gemoedsrust het hevigst werd gestoord: hij was immers philosoof.

Dit laatste had ze vroeger nooit geweten maar ze had het gelezen op de huwelijksannonce. Een philosoof is een geleerde en een geleerde is zoo vaak

Sluiten