Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'n auto voor de deur en de vorige maand is de derjeere van Beron van" Hazelberg d'r nog geweest, dat weet ik van de palf ernier, want dat is 'n kennis van me man, of 'n kennis, afijn geen vrind zoozeer natuurlijk, maar hij kan 'm dan toch." Suze knikte.

„Is 't voor je eigen?" vroeg mevrouw Kapon, die haar vette vingers en lippen nu omstandig ging afvegen met een servet, waarbij ze zelfs haar wangen en voorhoofd nog eens een frissche beurt gaf.

„Ja," antwoordde Suze wat verlegen. „Eigenlijk wel."

„O, niet dak je uit wil hooren,"verzekerde mevrouw Kapon.

„Nee...," sprak Suze, „maar ik kom eigenlijk vragen óf je niet met me mee zou willen gaan: ik vind het zoo griezelig, alleen."

„Wel ja, waarom niet," zei mevrouw Kapon, dadelijk bereid. „Maar.... is 't voor geldzaken?"

Suze schudde krachtig het hoofd.

„Ja, ik vraag dat daarom," verklaarde mevrouw Kapon „omdat je dan beter bij een ander gaat; 't ben ook spesielieteiten in d'rlui vak. Waar ik je breng, dat's meer zoo voor, afijn voor de liefde zak maar zeggen."

Suze bloosde en knikte.

Mevrouw Kapon keek haar vluchtig aan en dan, terwijl ze met een ontbijtmesje gaten prikte in de bruine korst van èen brood, sprak ze als terloops.

„Je weet zeker, dat Deodaat de Jong al weer thuis is?"

Suze schokte op.

„Wat..., wat zeg je?" stamelde ze. Mevrouw Kapon knikte en er lachte iets in haar kleine blauwe oogen.

Sluiten