Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terwijl hij met een benauwd gezicht de papieren inzag.

„Ja meneer Donders, de wethouder is ook op reis,...." sprak Piet, „die doet het anders nog wel es..., nou zal u zeker...."

„Natuurlijk!" antwoordde de burgemeester, „ik, als hoofd der gemeente.... hm...; wie zijn die menschen?" Deodaat de Jong..., freule Clara van Heldenaer..." Hoe komen die er toe.... hier te trouwen....? Enfin dat is hun zaak "

,,'t Is dienee bij Jansen," zei Piet, op ,,'t Wapen van Heivoorde" doelend.

„Zoo..., een trouwdiner.... hm.... o, daarom is je vader zeker nog niet hier," sprak hij, Piet aanziende.

Piet glimlachte en knikte.

„Tja.... lastig," zei de burgemeester.

Kras, de veldwachter, beschouwd» het namelijk zoo niet als een noodzakelijkheid dan toch als een sinds jaren verworven recht, om op trouwdagen van 's morgensaf al dronken te zijn.

„As 't er bruiloft is en je bent dan 'n beetje in de lorum, dat kan geen mensch je kwalik nemen," placht hij te zeggen.

En kwalijk nemen deed het dan ook nooit iemand; integendeel de meesten beschouwden zijn optreden op dien dag als een extra feestnummer.

Maar nu Lensvelt's leidende hand ontbrak, vond de burgemeester die eigenaardigheid van den veldwachter toch lastig.

„Piet," sprak hij, „ga eens kijken of je je vader niet vinden kunt en breng hem dan mee. A propos, hoe Iaat is dat huwelijk besteld?"

„Elf uur, meneer," zei Piet terwijl hij de deur uitging.

Sluiten