Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Welkom in Heivoorde," zei Karei, het portier openrukkend, toen de auto der van Berkels voor het stadhuis stil hield.

„Bruid en bruigom met de getuigen, zijn vlak achter ons," zei Trees, terwijl ze uitstapte.

„Daar komen ze al," wees Karei en inderdaad waren de twee andere wagens reeds vlak bij. j Nog een oogenblik en de voorste hield ook stil voor t stadhuis, terwijl de achterste zwenkte en stopte voor „Het Wapen van Heivoorde."

„Bonjour..., goeienmorgen..., zoo, de Jong..., dag bruigom..., welkom hier...."

Het was een allerhartelijkste begroeting daar voor den ingang van het stadhuis, waar ook al heel wat Heivoorders zich hadden opgesteld om van het bizondere schouwspel te genieten; veoral het glimmend kale hoofd van den bruigom trok de aandacht. C De deur is nog dicht," zei Sjors, „ik sel es kloppe.... en''dit zeggende sloeg hij met zijn vuisten een stevigen roffel op de deur van het stadhuis, doch niet, dan nadat hij Louis een wenk had gegeven om even op Deodaat te letten, hetgeen echter volmaakt overbodig was, want Louis week geen seconde van de zijde van zijn aanstaanden zwager.

Het geklop hielp, want een oogenblik later gingen de deuren open en vertoonde Kras zich in de opening.

Hij was erg dronken geworden, keek met glazige oogen naar de vreemdelingen op den stoep.

„Soo, klabbakkie," sprak Sjors, „we sulle maar binnegaan, wet?"

Alleen.... hik.... 't bruispaar.... de getuigen.... en.... en'de stiefmoeders," bracht Kras uit en dan zijn stok opheffend brulde hij:

Sluiten