Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gend vernieuwd, doch kan het hij voortduring blijven bestaan tot wederopzegging toe. (art. 732. B.W.).

d. Bij het eindigen van zijn recht, kan hij, (de erfpachter), wegnemen alle zoodanige door hem gestelde gebouwen of gemaakte beplantingen, waartoe hij, uit kracht der overeenkomst, niet gehouden was; doch hij is verplicht de schade te vergoeden welke door dit wegnemen aan den grond mocht veroorzaakt zijn.

Niettemin heeft de grondeigenaar recht van terughouding op die voorwerpen, totdat de erfpachter hem het verschuldigde volledig voldaan heeft. (art. 725. B. W.).

c. De erfpachter is onbevoegd om van den grondeigenaar te vorderen, dat hij de waarde betale van de gebouwen, werken, betimmeringen en beplantingen, hoegenaamd, welke eerstgemelde heeft gemaakt en die zich bij het eindigen der erfpacht op den grond bevinden, (art. 720. B. W.).

d. Bij het eindigen van het erfpachtsrecht heeft de eigenaar tegen den erfpachter eene personeele rechtsvordering tot vergoeding der kosten, schaden en interessen, veroorzaakt door nalatigheid en gebrek van onderhoud van het erf en voor de rechten, die de erfpachter door zijn schuld mocht hebben laten verjaren, (art. 731. B. W.).

TE NIET GAAN VAN HET EBFPACHTBECHT.

Erfpachtsrecht gaat op dezèlfde wijze te niet als bij artikelen 718 en 719 opzichtelijk het recht van opstal is bepaald (art. 736. B. W.).

d.i.

1. door vermenging;

2. door het te niet gaan van den grond;

Sluiten