Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gronden, door Inlanders ontgonnen of als gemeene weide of uit anderen hoofde tot de dorpen behoorend, mits de Inlandsche rechthebbenden met prijsgeving hunner rechten den grond vrijwillig hebben verlaten.

De slot-woorden van deze alinea maken het derhalve mogelijk, dat in tegenstelling met de bepalingen betreffende de uitgifte in erfpacht van gronden voor den „grooten landbouw", ook ontgonnen gronden, in erfpacht kunnen worden uitgegeven, mits de rechthebbenden van hun rechten afstand hebben gedaan. Idem (2) Voor hetzelfde doeleinde worden aan als voor hleinenrechtspersoon erkende, in Nederlandsch-Indië gela°,lbouw» vestigde philantropische vereenigingen tot eene uitrechtsper- gestrektheid van ten hoogste vijfhonderd bouws, soon erkendein erfpacht uitgegeven gronden, als bedoeld bij de nlantropi- vorige alinea, in dit geval behoudens inachtneming sche vereeni-van het bepaalde onder lett. b der Koninklijke be^"oefenen slissmg, van welke aanteekening is gehouden bij artikel 1 van het besluit van 4 Augustus 1875 No. 47 (Bijblad No. 3020).

Bedoelde Koninklijke Beslissing luidt: „dat bij uitgifte van gronden in erfpacht of in huur door de Regeering moet worden in het oog gehouden, dat slechts woeste gronden — d.i. gronden niet door Inlanders ontgonnen, noch als gemeene weide of uit eenigen anderen hoofde tot de dorpen behoorende — mogen worden afgestaan voor landbouwondernemingen of buitenverblijven, en dat alleen dan, wanneer in een perceel woeste gronden, 'twelk de Regeering in erfpacht of huur wenscht af te staan een of ander stukje bebouwde grond geënclave«1',d mocht liggen, dat stukje grond, krachtenb artikel 9a van het Koninklijk besluit, houdende nadere regeling van eenige agrarische aangelegenheden (Indisch Staatsblad 1870 No. 118 en 1872 No. 116) in den afstand kan begrepen worden,

Sluiten