Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ad b en o zijn geene toelichtingen noodig. ad d.

Vrijwillige koffieplantsoenen van de bevolking — z.g. monosoeko — leveren, voor zoo ver zij slechts uit kleine stukken grond bestaan, geen beletsel tegen de uitgifte in erfpacht.

De bezitters dienen evenwel vrijwillig afstand te doen van hunne rechten op die boomen tegen de door hen met den erfpachter overeen te komen en 'in bijlage C vermelde schadevergoeding. (St. 1916 : 647).

ad e en /. Bestaat het perceel geheel of voor een groot deel uit djati- of onder geregeld beheer gebracht wildhoutbosch; — komen er veel vrijwillig aangelegde koffieplantsoenen op voor; — zijn de gronden geheel of grootendeels bestemd voor de ontwikkeling der volkskoffieteelt; bestaat het perceel voor een groot gedeelte uit ontginningen der Inlandsche bevolking en is het overigens voor de uitbreiding van haren landbouw benoodigd, dan wel beslaat het perceel naar schatting eene grootere uitgestrektheid dan 1000 bouws en wordt het kennelijk slechts met speculatieve bedoelingen aangevraagd; dan behoeft in geen dier gevallen de commissie proces-verbaal c. a. op te maken, maar kan zij volstaan met, door tusschenkomst van het Hoofd van plaatselijk bestuur, bij brief, van een en ander mededeeling te doen, met voorstel afwijzend op het verzoek te beschikken.

Vereenigt de Eesident zich niet met dat voorstel, dan moet op de gewone wijze proces-verbaal worden opgemaakt, doch dient de commissie in dat procesverbaal bekend te stellen, dat het is opgemaakt naar aanleiding van een herhaalde opdracht.

3°. dat de gronden niet benoodigd zijn voor de vrijwillige koffieaanplantingen der bevolking,

Sluiten