Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. personen, met inachtneming zooveel mogelijk van op de voormalige particuliere landerijen ten aanzien van vrijstelling van diensten ten behoeve van den landheer bestaan hebbende gebruiken, door den Resident van heerendienstplichtigheid worden vrijgesteld;

d. gewezen ambtenaren, voor zoover naar het oordeel van het Hoofd van gewestelijk bestuur als zoodanig aan te merken, en gegageerde militairen;

e. beambten en desahoofden, die na respectievelijk gedurende minstens 30 (dertig) en 5 (vijf) jaren als zoodanig te hebben gediend, eervol ontslagen zijn;

/. behoeftigen;

g. opgezetenen van met een zakelijken rechtstitel aan ondernemingen van landbouw en nijverheid afgestane gronden, indien zij in vasten dienst der onderneming zijn;

h. personen, die van elders afkomstig, in loondienst voor den duur van het arbeidscontract of van hun dienstverband zich op de in § 1 bedoelde voormalige particuliere landen bevinden;

allen, voor zoover zij niet uit eenigen hoofde verlangen heerendienstplichtig te zijn.

Welke hee- § 3. Behoudens wanneer zulks bij rampen van hoorendiensten ger hand dan wel tot afwending van algemeen gevaar gevorderd tijdelijk noodig mocht zijn, in welke gevallen desvermogen eischt over alle werkbare mannen kan worden beschikt, word i

worden onder geen naam of voorwendsel van de heë-

rendienstplichtigen andere diensten gevorderd dan die, benoodigd voor het vervoeren van personen en troepen op marsch en van hunne goederen op den voet, aangegeven in de ordonnantie van 3 Mei 1875 (Staatsblad No. 110), indien tegen de vastgestelde tarieven geen vrije werklieden te bekomen zijn (zie toelichting onder § 3 bladzijde 60).

Sluiten