Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Gouverneur-Generaal is echter bevoegd om in büi zondere gevallen, als het in het algemeen belang bepaaM delijk wordt geëischt, van de heerendienstpnchtigeni tegen behoorlijk loon, diensten te vorderen ten behoeve van het aanleggen van irrigatiewerken, in geval daar-' voor op behoorlijke voorwaarden geen of niet in vol,, doenden getale vrije werklieden te verkrijgen zijn (zie toelichting onder § 3 op bladzijde 64).

Verbod van § 4. De Inlandsche bevolking is niet verplicht tot vordering vaneenige levering, betaald of onbetaald, van materialeri matSeT °* andere goederen die haar bijzonder of gemeentelijS eigendom zijn.

Elke vordering van dien aard is onvoorwaardelijk} verboden, behoudens het voorkomende in artikel 67 der: bepalingen, regelende de onteigening ten algemeenen nntte (Staatsblad 1864 No. 6) en de ordonnantie van 3 Mei 1875 (Staatsblad No. 110) (zie toelichting onder! § 3 op bladzijde 68).

De onder- § 5. Het bovenstaande is niet van toepassing op de werpelijke gemeentelijke diensten, die, behoudens de maatrege-1 nief vaTtoe-len' Welke noodig mochten blijken om ze binnen bilpassing- op li-'ke Srenzen te houden of terug te brengen, aan geene gemeente- rechtstreeksche regeling van Bestuurswege onderwordiensten. pen worden.

Inmenging van Europeesche of Inlandsche ambtenaren met het doel om de gemeentelijke diensten uit te breiden of te verzwaren is uitdrukkelijk verboden.

Artikel 2. Deze ordonnantie treedt in werking op den dag harer afkondiging en werkt terug tot 1 Januari 1914.

Sluiten