Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Proportioneele of progressieve heffing.

4. Grens der progressie

proportioneele heffing naar het inkomen aan den eisch van belasting naar draagkracht niet voldoet.

De draagkracht der ingezetenen hangt niet alleen af van hun inkomen. Dit laatste is slechts de belangrijkste van de verschillende factoren, die haar bepalen. Ook andere invloeden werken tot de resultante, de draagkracht zelve, mede, zooals b.v. de grootte van het gezin, het al of niet gefundeerd zijn van het inkomen, d.w.z. de vraag of het inkomen uit een blijvende bron, zooals bezit, dan wel uit een allengs met de jaren afnemende bron, zooals arbeidskracht, wordt getrokken, de meer of mindere duurte van de woonplaats van den belastingplichtige, enz.

Voor ons doel intusschen hebben we met die andere factoren niet te maken. We kunnen volstaan met het inkomen als hoofdfactor van de draagkracht wat nader te bekijken. Wat dit punt betreft, is allengs algemeen onder de beoefenaars van de wetenschap der financiën zoowel als door de belastingheffers in de praktijk erkend, dat een proportioneele heffing naar het inkomen niet in overeenstemming is met den eisch van belasting naar draagkracht. Dien eisch kan men ook anders uitdrukken, n.1. in dezer voege, dat een ideëel belastingstelsel van alle ingezetenen een relatief gelijk offer behoort te vragen.

Bij diepere bestudeering van de individueele waarde der zaken en ook van het geld, is men tot het inzicht gekomen, dat een bepaalde hoeveelheid van welke zaak ook, voor den bezitter als algemeene regel meer waarde heeft, naarmate hij een kleiner aantal van die eenheden te zyner beschikking heeft, en omgekeerd. Om dit door een énkel voorbeeld duidelijk te maken: een gulden heeft naar de appreciatie van den rechthebbende op een inkomen meer waarde als dat inkomen ƒ1000.— bedraagt, dan wanneer het ƒ100.000.— beloopt.

Hierin ligt de grondslag van de progressieve belastingheffing als middel om, wat dit punt betreft, aan den eisch der belasting naar draagkracht zoo goed mogelijk te voldoen. Bij de toepassing van de progressieve heffing komt in de progressieschaal onvermijdelijk een groot element van persoonlijk inzicht van den belastingheffer naar voren. Naar gelang m.a.w. de belastingwetgever meer democratisch gezind is, zal hij de progressieschaal sterker doen oploopen. Echter komen ook voor den meest democratischen belastingheffer daarbij omstandigheden in overweging, die hem, indien hij althans niet geheel gespeend is van economisch inzicht, tot matiging dwingen.

j.' Streng doorgevoerd, zou het principe van belasting naar draagkracht er zelfs- toe kunnen voeren, de belasting voor de hoogere inkomens zoo hoog op te voeren, dat ook voor deze slechts een middelmatig inkomen ter eigen beschikking overbleef. Zulk een progressieve heffing zou een nivelleerende

Sluiten