Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bewindslieden in Indië en Nederland, indien zij niet willens blind zijn voor de consequenties hunner regelingen, wel voldoende zijn. In het nummer Van 9 October 1921 plaatste „The Straits Budget" een artikel over „Dutch Indies Taxes" dat aldus aanvangt: „British investors in estates in the Dutch East Indies would do well to keep a more careful eye upon their investments ih future, with a view to being ready to withdraw the same to more congenial climes when, as seems more than likely, the need therefore arises".

In „The India-Rubber Journal" van 3 September 1921 komt een kort verslag voor van een rede gehouden door „the Hon. Chas. Headley Strutt, chairman of several prominent companies operating in Java, speaking at the annual meeting of the Java United Plantations." Die gansche rede getuigt van groote ontstemming over de in Indië sedert enkele jaren gevolgde belastingpolitiek tegenover de met vreemd kapitaal werkende vennootschappen (en dat zijn zij zoo goed als allen, indien men onder „vreemd" „niet-Indisch" verstaat). Aan het slot zeide de heer Headley Strutt o.a.: „Does the Dutch Government one day desire to encourage capital to enter their colonies and then afterwards tax them out of existence 11s this their settled policy t Is it honest? Will it pay in the long run V

In een adres aan de Tweede Kamer uitgaande van de Internationale Vereeniging voor de Rubber-Cultuur in Ned.-Indië en een aantal andere vereenigingen en vennootschappen die bij de Indische cultures belang hebben, werd o.m. geschreven : „De steeds hoogere eischen die aan de producenten worden gesteld — dividend- en tantième-belastingen in het moederland — inkomstenbelasting, overwinstbelasting, extrawinstbelasting, productenbelastingen, uitvoerrechten naast speciale gewestelijke belastingen die in sommige streken geheven worden,... leiden er toe dat het kapitaal en de ondernemingslust zich meer en meer van de koloniën gaan af keeren en emplooi gaan zoeken in andere overzeesche gewesten waar een minder kortzichtige belastingpolitiek gevoerd wordt." En iets verder komt in datzelfde adres de volgende mededeeling voor: „Het is velen bekend dat een van Harer Majesteits gezanten er den Gouverneur-Generaal op heeft geattendeerd dat een machtig buitenlandsch concern bereid was een bedrag van circa vijftig millioen. gulden beschikbaar te stellen voor den bouw eener rubberfabriek en voor den aanleg van rubberaanplantingen ter Oostkust van Sumatra, doch dat die plannen hoofdzakelijk zijn afgestuit op wantrouwen in de Indische fiscale en algemeene politiek".

Hoezeer men in de kringten, welke zich in Engeland voor koloniale aangelegenheden interesseeren, door de in den laatsten tijd in Indië gevolgde belastingpolitiek van kapitaalbelegging in onzen Archipel wordt afgeschrikt blijkt ook uit den als bijlage VII opgenomen belangrijken brief, dien Sir Walter Townley, Governor of the British Chamber of Commerce for the Netherlands East Indies mij op 9 Juni jl. schreef en tot publicatie waarvan hij mij machtigde.

3

Sluiten