Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is juist. Het criterium echter van hetgeen als afschrijving wegens waardevermindering en wat als uitbreiding is aan te merken, werd in het eerste geval gezocht in de uitbreiding van den aanplant, in het tweede geval in den overgang tot eene andere werkwijze, ook al blijft het areaal onveranderd.

Dit bewijst wel hoe moeilijk het is voor de bepaling, welke afschrijving bij de vaststelling van de winst in mindering kan worden gebracht, vaste en bruikbare regels te geven.

Doch de belastingadministratie nam ten aanzien van dit punt een nog heel wat meer aanvechtbare beslissing:

;,De gedragslijn, om in gevallen, dat de in eenig jaar gedane afschrijvingen slechts ten deele geacht kunnen worden op te wegen tegen werkelijke waardevermindering der zaken, waarop is afgeschreven, het meerdere, dat niet voor aftrek is toegelaten, billijkheidshalve in volgende jaren nog in mindering van het bruto-inkomen te brengen, kan niet worden geacht in overeenstemming te zijn met de wettelijke bepalingen. Dit systeem toch zou in de praktijk hierop neerkomen, dat de belastingadministratie verplicht zou zijn om naast de ingediende balans en winst- en verliesrekening, eene eigene boekhouding te gaan aanleggen betreffende de niet voor aftrek, toegelaten afschrijvingen.1'

De motiveering van deze beslissing is wel wat heel zonderling. Gesteld, er werd in eenig jaar een machine aangeschaft voor ƒ 50.000.—; de kosten der aanschaffing werden terstond geheel afgeschreven. De fiscus echter laat alleen een afschrijving van bijv. 10% in mindering van de winst van het jaar van aanschaffing toe. Blijven dus tegenover den fiscus nog ƒ45.000.— af te schrijven. Billijkheidshalve zou dus tegenover den fiscus tien jaar lang ƒ 5.000.— voor de waardevermindering der (tegenover aandeelhouders in eens afgeschreven) machine in mindering van de winst moeten zijn toegelaten. De administratie erkent dit implicite, anders had zij het beroep van belanghebbenden op de billijkheid van deze wijze van toepassing der wettelijke bepalingen op dit punt wel rechtstreeks hebben weersproken. Zij liet elke poging daartoe — die toch niet had kunnen gelukken — echter wijselijk na en bepaalde zich er toe op te merken, dat deze gedragslijn niet in overeenstemming is te achten met de wettelijke bepalingen, omdat „dan de belastingadministratie verplicht zou zijn om naast de ingediende balans en winst- en verliesrekening, eene eigene boekhouding te gaan aanleggen betreffende de niet voor aftrek toegelaten afschrijvingen"; dus — billijkheid overboord!

Het behoeft wel geen betoog, dat zulk een toepassing niet door den beugel kan. Inderdaad heeft de heffing naar de winst — tenzij de belastingadministratie van de boekhouding der belastingplichtigen alleen afwijkt in gevallen van manifeste pogingen tot belastingontduiking — het bedenkelijke gevolg, dat de vennootschappen er toe gebracht worden een op het punt der afschrijvingen en

Sluiten