Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tieve politiek" van goede beheerders van vennootschappen, nog niet „conservatief", d.w.z. nog niet voorzichtig genoeg was, m.a.w. dat de verliezen en waardeverminderingen in volgende jaren, tengevolge van verandering in de conjunctuur, nog grooter zijn dan waarop bij de openlijke en stille reserveeringen werd gerekend. In dat geval blijkt achteraf, dat de fiscus als winst heeft aangemerkt en als zoodanig heeft belast, wat geen winst was.

In de Ordonnantie op de inkomstenbelasting van 1908 was. wat dit laatste punt betreft, een regeling opgenomen, die althans eenigszins als veiligheidsklep werkte, n.1. dat de belasting niet werd geheven over de uitkomsten van het laatste kalenderjaar, maar over het gemiddelde van de uitkomsten van de laatste drie jaren. De Verordening op de herziene inkomstenbelasting 1920 heeft hierin verandering gebracht op het meest ongelegen tijdstip waarop dit kon geschieden.

Reeds lang vóór den oorlog is er tusschen deskundigen op belastinggebied strijd geweest over de vraag, of men beter deed bij de inkomstenbelasting — en in dit opzicht staan inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting inderdaad op één lijn — tot grondslag te nemen het inkomen of de winst van het laatste jaar, dan wel het gemiddelde van de laatste drie jaren. In een rustigen tijd, zooals men toen beleefde, was er voor beide stelsels ongeveer evenveel te zeggen en had dat van de heffing over de uitkomsten van slechts één jaar het voordeel der grootere eenvoudigheid. Maar sedert de oorlog het geheele economische leven dermate heeft ontwricht als thans het geval is, is heffing van een belasting naar het inkomen van personen, of naar de winsten van handelsvennootschappen over de uitkomsten van één jaar, onvermijdelijk zeer wisselvallig. Dit is niet alleen een nadeel voor de belastingplichtigen, die bij dit stelsel aan den fiscus steeds over winst van één jaar belasting moeten betalen zonder eventueele verliezen van. vorige jaren tot dekking waarvan die winst wellicht niet eens voldoende is, in rekening te kunnen brengen; het is een nadeel ook voor de schatkist. Immers, nu van jaar tot jaar de omstandigheden zoo geweldig veranderen als men in den laatsten tijd gezien heeft, en als ook voor een betrekkelijk lange toekomst nog is te verwachten, zullen de jaarlijksche uitkomsten der bedrijven vooreerst zeer afwisselend blijven en zal dus ook de fiscus, die naar die uitkomsten belasting heft, in het eene "jaar daaruit veel grootere inkomsten ontvangen dan in het andere.*) Er komt door deze te kwader ure in de Indische Ordonnantie op de inkomstenbelasting gebrachte wijziging een nieuw element van onzekerheid in het landsbudget, dat vermeden had kunnen worden, en dus ook vermeden had behooren te worden.Wat, zooals in Nederland — waar de inkomstenbelasting, hoewel zij formeel korten tijd na het uitbreken van den oorlog tot stand kwam, toch zoo goed als geheel vóór deze calamiteit kracht van wet kreeg, — kon geschieden zonder

*) Zie ook: Kobndorfper t. a. p. bl. 167.

12. Heffing over de uitkomsten van één jaar of over het gemiddelde van driejaar.

Sluiten